Een kwartiertje samen spelen in het water kan al veel doen voor het vertrouwen van je kind. Hieronder staan zes spelletjes die je zonder materiaal kan doen. Ze sluiten aan bij wat kinderen in de zwemles leren: spatten, blazen, drijven en bewegen.

Zo hou je het speels
Kinderen leren het best wanneer ze zich goed voelen. Dat geldt in de zwemles, en het geldt even goed als jullie samen in het zwembad zijn. Laat je kind daarom de snelheid bepalen en stop zodra het genoeg heeft.
Een paar afspraken helpen:
- Blijf altijd binnen handbereik van je kind, ook in ondiep water.
- Hou de spelletjes kort. Tien tot vijftien minuten is ruim genoeg.
- Prijs de poging, niet het resultaat. Een bubbeltje is ook een bubbel.
- Volg de regels van het zwembad waar jullie zijn.
Zit je kind nog vol twijfels over het water? Lees dan eerst ons artikel over waterangst bij kinderen. Begin met de eerste twee spelletjes en ga niet sneller dan je kind aankan.
Spelletjes om te wennen aan het water
1. Bubbelwedstrijd
Ga samen in het water staan, ongeveer tot aan de borst van je kind. Blaas bubbels met je mond net onder het wateroppervlak en vraag je kind om dat na te doen. Wie maakt de meeste bubbels of de grootste golf?
Blazen onder water hoort bij het ademen tijdens het zwemmen. Je kind oefent het hier zonder dat het er iets van merkt.
2. Schatzoeken
Neem een paar lichte speeltjes mee die naar de bodem zakken, in een ondiep stuk. Gooi ze een voor een een eindje weg en laat je kind ze zoeken. Wil je kind liever eerst kijken? Dan laat je het met het gezicht in het water de schat aanwijzen.
Zo wordt het gezicht in het water iets wat bij het spel hoort, en niet iets wat moet.
Spelletjes voor drijven en glijden
3. Zeester
Je kind ligt op de rug en spreidt armen en benen als een zeester. Jij houdt je handen losjes onder de schouders of de rug en trekt ze heel langzaam een beetje terug. Zeg erbij dat je er nog altijd bent.
Vraag je kind om naar het plafond of de lucht te kijken en rustig te ademen. Hoe ontspannen het ligt, hoe beter het drijft.
4. Raket
Je kind staat met de rug tegen de kant, of tegen jou, en duwt zich af met de armen gestrekt naar voren. Jij vangt het op een paar meter verder. Tel samen af: drie, twee, een, lancering!
Het gaat om het gevoel van glijden. Dat gevoel heb je later nodig voor elke zwemslag.
Spelletjes voor het ritme van de slagen
5. Kikkerbenen
Je kind houdt zich vast aan de rand van het zwembad en laat de benen als een kikker bewegen: knieรซn buigen, voeten naar buiten, benen weer samen. Tel mee met de beweging en maak er een lied van als dat past.
Dit is de beenbeweging van de schoolslag. Wil je weten hoe de slagen elkaar opvolgen in de zwemles? Dat staat in ons artikel over de 6 fases bij Movetoswim.
6. Rugtrein
Je kind ligt op de rug en jij houdt de handen van je kind vast terwijl jij zachtjes achteruit loopt. Je kind is de trein en schopt met rechte, ontspannen benen. Hoe harder de trein spat, hoe sneller hij rijdt.
Dit is een eenvoudige oefening voor rugcrawl, waarbij de benen rustig en in een vast ritme blijven werken.
Wat doe je met oudere kinderen?
Kinderen van negen of tien vinden de bovenstaande spelletjes soms te kinderachtig. Geef ze dan zelf de leiding. Laat je kind jou een spelletje leren, of laat het kiezen wie de bubbelwedstrijd wint. Een uitdaging tegen de klok of een afstand die het zelf kiest, werkt ook goed.
Wat je beter laat
Probeer tijdens het spelen geen nieuwe zwemslagen aan te leren. De lesgever bouwt de slagen stap voor stap op, en wat je er thuis tussen zet, kan voor verwarring zorgen. Hou het dus bij spelen, ademen, drijven en glijden.
Heb je een vraag over wat je kind in de les leert of over een zorg rond gezondheid? Neem dan contact met ons op, of bespreek gezondheidsvragen met de huisarts of kinderarts.
Wil je dat je kind in een kleine groep zwemles volgt, met plezier als uitgangspunt? Bekijk dan hoe je kan inschrijven.